woensdag 20 mei 2015

Paper Towns - John Green


 
“Paper towns” zijn fictieve steden die cartografen in hun kaarten smokkelen om plagiaat tegen te gaan. Als ze op kaarten van een concurrerende uitgever terechtkomen is er dus wellicht plagiaat gebruikt. De tweede betekenis is die van verlaten  of nooit gebouwde steden omdat de projectontwikkeling uiteindelijk niet doorgaat. Kennelijk iets typisch Amerikaans. De steden staan op een kaart maar er zijn maar een paar verlaten huizen of winkels . John Green gebruikt paper towns in deze tweede betekenis als metafoor voor onszelf en hoe we omgaan met elkaar. Wie zijn we echt? Hoe goed kunnen we elkaar kennen, ook al wonen bij of naast elkaar. Hoe moeilijk is het om het oppervlakkige beeld dat we vaak van elkaar hebben te doorprikken? Over dat soort existentiële vragen gaat paper towns. Hoofdpersonage Quentin is al jaren heimelijk verliefd op zijn buurmeisje Margo, dat ook het mooiste meisje van de klas is. Als ze vlak voor het schoolbal toch toenadering tot hem zoekt (en hoe!) maar daarna spoorloos verdwijnt gaat hij samen met enkele vrienden naar haar op zoek. Gaandeweg vraagt hij zich echter steeds meer naar  welke Margo hij op écht op zoek is en wil zijn: naar die uit zijn ideaalbeeld, of naar een meisje van vlees en bloed met haar eigen angsten en frustraties. Coming of age, spannende thriller of klassieke roadtrip langs de Amerikaanse highways: dit boek is het allemaal. Zo visueel beschreven dat het roept om een verfilming. En die komt er deze zomer aan.
  



John Green – Paper Towns, Lemniscaat 2014

maandag 22 december 2014

Boos!


Laatst was ik boos! Op de juf van een van mijn kinderen. Omdat ze gezegd had dat strips lezen niet “echt” lezen is. Slechte Belg denk ik dan. In dit land werd de strip zowat uitgevonden en hele generaties, waaronder ikzelf, hebben leren lezen met Jommeke, Suske en Wiske en Nero, met Lucky Luke en de Blauwbloezen. Mijn beeld van de middeleeuwen werd aanschouwelijk gemaakt door de Rode Ridder en de eerste kennismaking met de Romeinen verliep via Asterix & Obelix. Wat de eerste wereldoorlog betreft heb ik dit jaar mijn schade op literair vlak wel ingehaald maar ook daar: het allereerste boek dat ik daar ooit over gelezen heb was de strip “Loopgravenoorlog” van Jacques Tardi en nog steeds vind ik dit een van de allersterkste introducties op de gruwel van de oorlog.

Maar goed, de juf vond dat dus niet “echt” lezen. Ondertussen zijn we veranderd van school en hopelijk staan ze daar welwillender tegenover wat niet voor niets de 9e Kunst genoemd wordt. Nog steeds lees ik graag strips. Na de kinderstrip volgde de volwassenen strips. Van reeksen als “Murena”, “Het Kruis van Cazenac”, en “De Schorpioen” kan ik nog steeds genieten al vind ik veel volwassenenstrips tegenwoordig net iets te wreed en te expliciet.

Ik heb dit jaar de graphic novel (her)ontdekt. Het blijft puur genieten van wat sommigen bij elkaar schrijven én tekenen. Van de Iraanse Marjane Satrapi las ik “Persepolis” over de Iraanse revolutie en de moeilijke jaren van ballingschap in Europa. Grafisch een echte krachttoer in prachtig zwart en wit. Evenzo “Gavrillo Princip”van Hendrik Rehr of het prachtige “Blauw is een warme kleur” over het moeizame uit de kast komen van een lesbisch meisje. Ondertussen is de strip verfilmd als “La Vie d'Adèle”.

Nog het strafst van al vond ik “Het Zotte Geweld” van Joris Vermassen. De graphic novel gaat over een uiterst pijnlijke fase in het leven van een stand-up comedian. Hij bouwt met veel vallen en opstaan aan zijn carrière, zorgt ondertussen voor zijn terminaal zieke zus en soulmate en moet het hoofd bieden aan spanningen in zijn relatie. Troost vindt hij in de kunst van Rik Wouters naar wiens kunstwerk de titel verwijst. Ingenieus weeft Vermassen grote thema's als pijn en lijden, liefde en overspel, troost en hoop door elkaar. Bovendien prachtig en doorleefd getekend. Zonder meer de topper van dit jaar. De knipoog naar Rik Wouters, zowel naar zijn zindelijke opus magnum als naar zijn ziekte, maakt de strip af. Ik zou mijn top vijf van dit jaar eens aan de juf cadeau moeten doen, opdat ze nooit meer zegt strips geen grote literatuur kunnen zijn.

graphic novel top 5

1/ Joris Vermassen, Het Zotte Geweld, Uitgeverij Vrijdag, 2013
2/ Jacques Tardi, Loopgravenoorlog, Casterman
3/ Marjane Satrapi, Persepolis, Atlas, 2005
4/ Blauw is een warme kleur, Julie Maroh, Glénat, 2011
5/ Hendrik Rehr, Gavrilo Princip, Bloann, 2014


woensdag 29 oktober 2014

Masereel in Bibliotheca Wittockiana

Ik geef toe, ik laat me de overdaad aan herdenkingsevenementen over WO I graag welgevallen. Dat heeft persoonlijke redenen zoals hier elders te lezen valt. Ik sta zelf nogal te kijken van de culturele productie die WO I na 100 jaar nog aan gedichten, tentoonstellingen, TV-producties, muziekstukken (een opera van Nick Cave!), romans, strips en non-fictie opbrengt en vaak van grote kwaliteit. 

De Bibliotheca Wittockiana heeft nu ook haar bijdrage klaar en wat voor een! De tentoonstelling in de BW focust op het vroege werk en de groei van Frans Masereel. De eerste wereldoorlog is een van de vroegste thema’s in het werk van Masereel. De BW voegt echter aan de hele herdenking een belangrijke en onderbelichte dimensie toe: die van de tegenstanders en tegenstemmen van de oorlog, het hele pacifistische verhaal dat in Masereels werk en leven zo belangrijk is. 

Bij hem geen enkele heroïek, wel pijn en dood en striemende aanklachten tegen de slachting. Een uit onmacht geschreeuwd “Assez!” staat boven een tekening van hem uit 1917. Zijn striemende anti-oorlogstekeningen “Debout les morts” en “Les morts parlent” worden integraal getoond. Verder tal van illustraties voor werk van de pacifisten uit Zwitserland: Romain Rolland en Stefan Zweig. Daar verblijft en werkt Masereel trouwens zelf ook tijdens de oorlog als vertaler voor het Rode Kruis. Ook verschijnt in 1917 het pacifistische blad “La Feuille” waarvan Masereel de vaste illustrator is. Verschillende edities worden getoond als ook tal van houstneden die Masereel voor dit blad maakte.

Het tweede deel van de tentoonstelling focust op de naoorlogse periode tot 1930. Het lijkt wel of Masereel de oorlog snel wil verdringen want een nieuw thema wordt dominant in zijn werk: de stad. Prachtige etsen zijn er te zien die het stedelijke leven uit de jaren 1920 weergeven: Great Gatsby outfits, torenflats en de opkomst van de jazz. Interessant is dat er ook schilderijen van hem te zien zijn, een voor mij erg onbekend aspect van Masereels werk. 

Hoewel een kleine tentoonstelling is ze zeer de moeite waard. Dat heeft met de visuele kracht van Masereels werk te maken. Elke ets – hoe klein ook – is een parel en vaak een meesterwerk op zich. 


Wittock, M. (2014) Frans Masereel in wording. Tentoonstellingscatalogus. Brussel: Bibliotheca Wittockiana 

Tentoonstelling nog tot 1 maart 2015: http://wittockiana.org/nl/en-cours/

donderdag 17 juli 2014

Gavrilo Princip - graphic novel van Henrik Rehr

Bij mijn generatie staat 11 september in het geheugen gegrift, honderd jaar geleden was dat 28 juni. Op 28 juni 1914 vermoordde Gavrilo Princip aartshertog Franz Ferdinand in Sarajevo. Zijn dodelijke schot was het allereerste van een hele wereldoorlog. Dat drieste wapenfeit van Princip is genoegzaam bekend maar over de tragische figuur van Gavrilo Princip zelf is raar genoeg weinig geweten. De Deens/Amerikaanse tekenaar Henrik Rehr brengt daar nu verandering in met een uitgebreide biografie in de vorm van een graphic novel.

En wat voor één. Historisch onderbouwd, belicht Rehr alle hoeken en kanten van de geschiedenis van Bosnië, Servië en Oostenrijk-Hongarije, wroet hij in de levensloop van Princip én diens slachtoffer Aartshertog Franz-Ferdinand. Van bij hun geboorte tot aan hun dood. De een is van straatarme komaf ergens in de Balkan, de ander groeit op in de statige paleizen in Wenen.

We zien hoe Gavrilo zich ontpopt van een matige student tot een geradicaliseerde terrorist onder invloed van de anarchistische lectuur van Bakoenin en Kropotkin. Princip - etnisch gezien een Bosnische Serviër - leeft in Sarajevo onder het al bij al vrij liberale regime van Oostenrijk-Hongarije maar komt tijdens een reis naar Belgrado - een kweekvijver voor uitwijkelingen uit Oostenrijks-Hongaars Bosnië - in de ban van de Groot-Servische gedachte. Vanaf dan is het hek van de dam en stelt hij zijn leven in dienst van een wel erg naïeve onafhankelijkheidsstrijd. Hij wordt een speelbal in handen van Servische nationalisten, gegroepeerd in de terroristische groepering “De Zwarte Hand” die hem en zijn vrienden van wapens, geld en een smokkelnetwerk voorzien om de moord uit te voeren.

Rehrs strip biedt een inkijk in Princips leven en zijn motieven voor de moord. Hij putte daarvoor o.a. uit de notulen van Princips proces. Hij toont ons Gavrilo Princip als en tragische figuur. Degene die de trekker overhaalde en daarmee de geschiedenis veranderde. Al is de ondertitel van de strip eigenlijk fout gekozen. Het is onderhand immers wel duidelijk dat die oorlog er zonder hem ook wel was gekomen....



Henrik Rehr - Gavrilo Princip, Biloan, 2014

dinsdag 8 juli 2014

In een mens - John Irving

Bij John Irving zijn er zekerheden: worstelaars, travestieten en afwezige vaders bevolken steevast zijn romans en dat is in “In een mens” niet anders. Maar daar waar deze travestieten en worstelaars in zijn andere boeken eerder figuranten zijn, krijgen ze in dit boek een bijzonder prominente rol. “In een Mens” is een erg geëngageerd boek en een hartstochtelijk pleidooi voor verdraagzaamheid voor hen die op seksueel vlak “anders” zijn: holebi’s, transgenders en voor hen bij wie het niet geheel duidelijk is (questionables).


In het eerste deel vertelt de ik-figuur William hoe zijn uit-de-kast-komen gepaard gaat met zowel zelfhaat als experimenteerdrift. William is heel erg duidelijk bi: hij valt zowel op mannen als op vrouwen en zal zijn leven lang door beiden gewantrouwd worden omwille van zijn dubbele geaardheid. Een heel scala onvergetelijke personages passeert de revue: Miss Frost, de transseksuele bibliothecaresse bij wie William zijn eerste homoseksuele ervaringen op doet; Williams jeugdvriend-met-een-spraakgebrek Tom Atkins met wie hij volop zijn geaardheid verkent maar die later toch een vrouw zal huwen; of zijn opa Harry, een verdoken homo die in het lokale theatergezelschap steevast de vrouwenrollen speelt; de worstelaar Kittredge, een onvervalste macho die Williams boezemvriendin Elaine zwanger maakt maar die zich later toch tot vrouw zal laten ombouwen; of het tragische personage van Williams moeder, die de geaardheid van haar eigen zoon niet kan en aanvaarden. Naarmate het verhaal vordert komen we te weten waar die afkeer vandaan komt. Williams vader bleek immers ook bi te zijn en liet zijn moeder na de geboorte van William in de steek om met een man te trouwen en te emigreren naar het op vlak van homorechten tolerantere Europa.

In het tweede deel van het boek blikt de inmiddels bejaarde William terug op zijn verdere leven. Hij is dan al een gevierd schrijver. Dat tweede deel is voor Irvings doen opvallend ernstig, tragisch zelfs want bijna alle personages uit zijn jeugd sterven aan aids. Zelf blijft hij -ondanks zijn vele minnaars, mannen én vrouwen- gespaard omdat een van eerste liefdes hem heeft leren vrijen met condoom. Zonder meer aangrijpend is het wanneer William samen met Elaine de inmiddels gehuwde Tom Atkins op zijn sterfbed gaan bezoeken. Veel detail omtrent de doodsstrijd van de uitgeteerde Atkins wordt de lezer niet bespaard. Het zijn beeldende en iconische scenes die refereren aan die uit de film “Philadelphia” en zelfs aan de foto's van de stervende aids-patiënt David Kirby die later door Toscani voor Benetton werden gebruikt,

Irving is het met name om dit aspect van zijn roman te doen. Er spreekt uit dit tweede deel een voor zijn doen ongeziene kwaadheid uit over hoe de Amerikaanse maatschappij en overheid tegen de aids-epidemie aankeken: alsof de holebi’s het zelf hebben gezocht, of verdiend hebben om zo’n verschrikkelijke dood te sterven. Alleen al in New York stierven in de jaren '80 meer mensen aan aids dan er Amerikanen sneuvelden in de hele Vietnamoorlog. Van de 8 jaar dat Reagan in die periode president was heeft hij het woord aids de eerste 7 jaar niet uitgesproken… Dat doodzwijgen rekent Irving de beleidsmakers duidelijk zwaar aan. Het maakt van zijn boek een krachtig en prachtig pleidooi voor verdraagzaamheid en tolerantie. Of in de woorden van Miss Frost, die William op het einde van het boek tegen een homohater herhaalt: “Lieve jongen, plak geen etiket op mij – stop me niet in een hokje als je me nog niet eens kent!”.

John Irving – In een mens, De Bezige Bij, 2013


donderdag 10 april 2014

Een vrouw op de vlucht voor een bericht - David Grossman

“Een vrouw op de vlucht voor een bericht” is een tragisch boek, niet enkel omwille van de inhoud, maar omdat de werkelijkheid in dit geval de fictie heeft ingehaald. Het hoofdpersonage van dit boek, Ora, moeder van twee volwassen zonen, doet wat er in de titel staat. Het is oorlog en haar jongste zoon, Ofer neemt dienst. Ze vlucht weg van alle mogelijke manieren waarop de legerleiding haar zou kunnen contacteren met slecht nieuws over haar zoon. Dat laatste is exact wat Grossman zelf is overkomen toen dit boek al vergevorderd was. Grossmans zoon, Uri sneuvelde tijdens de tweede Libanonoorlog. Dit ongewilde autobiografische element zorgt ervoor dat lectuur van dit boek iets sacraals en bezwerends krijgt. Het boek afwerken moet voor Grossman erg therapeutisch zijn geweest.

In de eerste plaats is het boek echter de geschiedenis van een wat bizarre driehoeksverhouding tussen Ora, het vrouwelijke hoofdpersonage en twee mannen Ilan, en Avram. Het boek vangt aan als ze beiden leert kennen in haar jeugd. Ze trouwt met Ilan en heeft met hem een zoon. Tijdens hun diensttijd breekt er oorlog uit met Egypte. Oorlog betekent het lot uitdagen en dat is precies wat er gebeurt. Door een ongelukkig toeval (waar Ora en Ilan de hand in hebben) komt Ilan naar huis terwijl Avram achterblijft in de oorlogszone. Hij wordt krijgsgevangen gemaakt en omdat hij voor de Joodse militaire inlichtingendienst werkt zwaar gemarteld. Fysiek, maar vooral mentaal gebroken komt Avram terug uit gevangenschap. Hoewel hij niet meer in staat is tot relaties en als een soort levende dode in de wereld staat, zal het steeds opnieuw Ora zijn die hem (een beetje van) zijn levenskracht teruggeeft. Tot ze zwanger blijkt van hem en hij alle contact met haar verbreekt.
Twintig jaar later als Ofers militaire diensttijd er bijna opzit nemen ze terug contact op met elkaar. Het is op dat moment dat ze samen zullen vluchten voor de slechte mare. Ze ondernemen een lange voettocht doorheen Galilea en mijden alle nieuws. Het is daar dat Ora aan Avram het levensverhaal vertelt van haar zonen, van haar gezin en hoe zij en Ilan tijdens en na de krijgsgevangenschap van Avram voor hem hebben gezorgd.

De vlucht voor slechte berichten is een universeel thema. In “Post voor Mevrouw Bromley” van Stefan Brijs pleegt de postbode zelfmoord omdat hij het verdriet van de moeders en vrouwen niet meer aankan telkens als hij hen slecht nieuws brengt en in Erwin Mortiers “Godenslaap” wordt eveneens treffend beschreven met hoeveel angst de achtergebleven vrouwen de komst van de postbode met oorlogstijdingen tegemoet zien. De vlucht van Ora en Avram en het vertellen van verhalen heeft iets bezwerends. Ze proberen een onontkoombare werkelijkheid naar hun hand te zetten, maar dat blijkt even effectief als een sjamaan die het probeert te laten regenen door te dansen. Hoewel ze geen gsm bij zich hebben, niet naar radio en tv luisteren en geen kranten lezen worden ze constant herinnerd aan alle oorlogen waar Israel bij betrokken was. Overal staan er wel monumenten voor gevallen soldaten en officieren. De boodschap is duidelijk: aan het lot, het toeval en de oorlogsgruwel is niet te ontkomen.

Grossmans boek laat ook duidelijk zien wat het betekent om als Joods burger in een soort permanente staat van oorlog te leven: van schermutselingen aan de grenzen, systematische aanslagen, echte veldslagen...Treffend is de passage waarin Ora vertelt hoe Ofer op zevenjarige leeftijd ontdekt hoe de weinige joden omringd zijn door naties die hen als De Vijand beschouwen. En welke existentiële angst dit bij hem oproept. Dat inzicht transformeert Ofer tijdens zijn lange legerdienst naar iemand die de anderen uiteindelijk zelf als vijanden gaat beschouwen. En bereid is fluitend ten strijde te trekken...

Dit boek blijft aan je plakken omdat je weet wat er echt is gebeurd. Ondanks het verlies van zijn eigen zoon Uri in een zoveelste oorlog toont Grossman zijn verdriet, maar geen wraakgevoelens. Het boek toont wat oorlogslogica is en hoe mensen moeten leven in zo'n situatie. In dat opzicht is Grossmans boodschap er een van pacifisme.

David Grossman – Een vrouw op de vlucht voor een bericht, Cossee, 2012



maandag 3 maart 2014

Oorlogslectuur (bis)



De stroom boeken, strips, dichtbundels en films over WOI lijkt niet te stoppen en ook ik heb een nieuwe lading achter de kiezen.

 De laatste in de rij was de nieuwe strip van Ivan Adriaenssens “Elsie & Mairi” mij cadeau gedaan door enkele attente collega’s. Dit is het vervolg op de strip “Afspraak in Nieuwpoort” die ik elders op deze blog heb besproken. Weerom maakt Adriaenssens gebruik, van waargebeurde verhalen. Elsie en Mairi hebben echt bestaan, het waren vrouwen uit de hogere Britse klasse die vrijwillig aan het front gingen dienen als verpleegster. Omdat veel van de getroffen soldaten stierven op weg naar een veldhospitaal richten ze een verbandpost op aan het front zelf. Daar dienden ze de eerste zorgen toe. Elsie en Mairi verliezen in de oorlog hun onschuld maar behouden hun idealisme. Toch kon deze strip mij iets minder bekoren dan “Afspraak in Nieuwpoort”. De zijsprongen naar het privéleven leiden soms iets te veel af van de kern van het verhaal. Maar het blijft wel een mooie geschiedenis over twee sterk geëngageerde vrouwen.


Verder was er de prachtige roman “Oorlog en Terpentijn” van Stefan Hertmans. Het boek hoeft nog weinig intro en is begonnen aan een literaire prijzenslag. Vorige week won hij de prijs van de Vlaamse Gemeenschap en hij staat ondertussen op de shortlist van de Gouden Boekenuil. Hertmans verwerkte in dit boek de memoires van zijn grootvader, Urbain Martien, een man die een wel heel tragisch leven heeft geleden: extreme armoede in zijn kindertijd, zijn vader vroeg verloren, vervolgens een traumatische periode in de loopgraven waar hij drie keer ernstig gewond raakte. Hertmans grootvader beschrijft in zijn memoires ook de vernederingen van de Vlaamse soldaten door hun Franstalige officieren. Pijnlijk is het voorval waarbij een  officier een belangrijke medaille voor moed en zelfopoffering van de inmiddels tot sergeant-majoor bevorderde Urbain vervalst om het echte exemplaar zelf te kunnen houden. Aangrijpend is ook de beschrijving van hoe het deze beproefde  man na de oorlog vergaat en hoe de oorlogstrauma's tot waanzin dreigen te leiden en hij elektroshocks moet ondergaan... Er wordt je als lezer weinig leed bespaard in dit boek. Hertmans heeft het schrijven van dit boek 30 jaar voor zich uitgeschoven, laten rijpen. Maar uiteindelijk schreef hij met dit ene boek niet alleen oorlogsgeschiedenis, maar ook een familiekroniek, een boek over kunst, een liefdesroman en een biografie. Groots.

Van een totaal andere orde is “Augustus 1914 -België op de vlucht. ” van de historici Misjoe Verleyen en Marc De Meyer. Zij reconstrueren de noodlottige augustusmaand wanneer de Duisters België binnenvluchten. Het boek is een tragische tocht doorheen wat we nu bestempelen als de “martelaarssteden”. Het boek maakt het patroon duidelijk waarmee de Duitse legers - gefrustreerd door de veel trager dan verwachte opmars  - zich botvierden op weerloze burgers en vervielen in moord, brandstichting, plundering en verkrachting. Het boek volgt de opmars van de Duitser legers van Visé, Luik, Namen en Dinant, over Diest, Tienen, Aarschot, Leuven, Antwerpen, Dendermonde tot in de Westhoek. Telkens was de tegenstand van het dappere Belgische leger groter dan verwacht maar moest dit kleine leger terugtrekken met in hun kielzog duizenden vluchtelingen. Overgebleven burgers werden beschouwd als zogenaamde franc-tireurs, vermeende burgermilities die vanuit huizen op de Duitse soldaten zouden hebben geschoten. Met die drogreden werden hele dorpen en steden in brand gestoken en burgers standrechtelijk geëxecuteerd: Dinant (+680), Leuven (+248), Aarschot (+156) enz. “België op de vlucht” gaat dieper in op het lot van de vele vluchtelingen en waar en hoe ze opgevangen werden in Engeland, Frankrijk en Nederland, welke bijdrage ze daar leverden aan de oorlogsindustrie en hoe ze soms in conflict kwamen met de plaatselijke bevolking. Een ontluisterend boek dat doet nadenken over de oorlogsmigranten van nu.

Verder las ik ook het bekende boek van JHJ Andriessen: “Wereldoorlog I in foto's”.  Het fotoboek bevat naast honderden zwart-witfoto’s enkele onderhoudende essays over de meest markante aspecten van de oorlog: de oorlogslogica van de grote Europese mogendheden, de grote veldslagen, de Amerikaanse bijdrage, het Verdrag van Versailles.

Besproken boeken:

Ivan Petrus Adriaenssens - Elsie en Mairi  Engelen van Flanders Fields, Lannoo, 2013 Misjoe

Stefan Hertmans - Oorlog & Terpentijn, De Bezige Bij, 2013

Verleyen en Marc De Meyer - Augustus 1914 -België op de vlucht, Manteau, 2013

JHJ Andriessen -Wereldoorlog I in foto's, Remainder Books, 2013

vrijdag 3 januari 2014

Salontafelboeken



Sinds ik enkele jaren geleden De Bib herontdekt heb koop ik zelf niet veel boeken meer. Een recente verhuis noopte bovendien tot een grondige selectie die ten huize kan uitgestald worden. Veel zit helaas nog ingepakt in de kelder, maar alle kunst- en salontafelboeken kregen wel een plekje in de nieuwe huisbibliotheek. Eén enkele keer in het jaar doe ik mij zo'n mooi boek kado en dat is met kerst en dankzij de gulle sponsoring van Pa en Ma De Craemer. Vorig jaar kocht ik mij het weergaloos mooie fotoboek “En avant, Marche”, deels erfgoedboek en deels nieuw werk van 's lands allerbeste fotograaf Stefan Vanfleteren. En avant, Marche was een must have voor mij: omdat ik zelf al sinds mijn 9e in allerlei fanfares en harmonieën meespeel, omdat mijn vader er in staat, omdat Vanfleteren veel van de huidige leden van mijn oude fanfare heeft geportretteerd, enz. enz.


Dit jaar liggen er zelfs twee van die mooie dikkerds op de salontafel, omdat mijn vrouw ook besliste haar kerstpakje in de boekhandel te halen. Zij koos voor het fotoboek Birth Day van Lieve Blanquaert, die in alle hoeken van de wereld, van Kenia tot Rio en van Groenland tot Brussel, is gaan vastleggen hoe baby's ter wereld komen. Dat is een confronterend boek. Er is het verschrikkelijke contrast tussen de armoetoestanden in India, Cambodja en Kenia en aan de andere kant de onwaarschijnlijke luxekraamklinieken waar kinderen uit Koeweit geboren worden. Erg confronterend is het slothoofdstuk dat handelt over Brussel. Een geëngageerde Blanquaert ging er kijken hoe het zwangere vluchtelingen en illegalen vergaat, bij ons dus. Het leed van die Brusselse illegalen – verkrachtingen in kraakpanden, samenhokken met tien in een tweekamerflat, mensensmokkel, huisjesmelkerij, drugs, na enkele dagen kraamkliniek met je baby op straat belanden – wordt je als lezer niet bespaard. 


Zelf koos ik voor het iets minder voor de hand liggende “Honderd Meesterwerken die onze tijd markeren” van Kelly Grovier. Over hedendaagse kunst en met korte maar treffende stukjes bij telkens één iconisch werk van hedendaagse kunstenaars: van Ai Weiwei over Banksy tot Anselm Kiefer en van Marina Abramovic tot Jeff Koons. Twee belgen in de selectie: Luc Tuymans en Francis Alÿs.




Stefan Vanfleteren - En avant, Marche, Lannoo, 2012
Lieve Blanquaert – Birth Day, Lannoo, 2013
Kelly Grovier - Honderd Meesterwerken die onze tijd markeren, Ludion, 2013

maandag 23 december 2013

Niet zeuren maar lezen: lijstjestijd



Het is een groot genoegen en tegelijk ook steeds weer een grote frustratie: lijstjestijd. De boekenbijlages van De Standaard en De Morgen puilen weer uit met “beste boeken” en allerlei slimme mensen geven leestips aan de lopende band. Ik vul dan consequent mijn eigen leeslijst verder aan. En die lijst wordt alsmaar langer en langer en dan komt het besef dat voor elk gelezen boek er drie op de leeslijst bijkomen. Aan mijn leestempo kom ik er dus nooit om die lijst ooit afgewerkt te krijgen. Zorgvuldig natellen leert mij dat ik het voorbije jaar 26 boeken heb gelezen. Mijn lijst bevat er momenteel meer dan 40...

Enfin, luxeproblemen, daar moet je niet over zeuren, lezen is het devies.

Enne... dit is mijn eigen lijstjes

De beste boeken van 2013 non fictie:
1/ Geert Mak - “In Europa”
2/ Max Deauville - “Tot aan de IJzer”
3/ Joris Van Parys - “Masereel Een biografie”


De beste boeken van 2013 fictie:
1/ Stefan Brijs - “Post voor Mevrouw Bromley”
2/ Guy Peeters - “Zwarte Bruiloft”
3/ Roderik Six - “Vloed”


maandag 18 november 2013

FM

Ik stelde onlangs vast dat in mijn artistieke voorkeuren weinig lijn zit. Ik ben weg van Rik Wouters die voor mij – samen met Van Gogh - de absolute grootmeester van de kleur is. Maar ik ben ook fan van Frans Masereel, de maker van een ongelooflijk uitgebreid oeuvre, een volledige wereld in zwart en wit. Lang geleden zat er bij De Morgen eens een gratis boekje met honderd houtsneden van Masereel. Het is één van de meest gekoesterde boekjes uit mijn bibliotheek geworden.

De voorbije weken werkte ik mij doorheen de omvangrijke biografie “Masereel” van Joris Van Parys. Ik leerde er de drijfveren kennen van deze schijnbaar onvermoeibare kunstenaar die hout bleef snijden tot op zijn sterfbed. Na een jeugd in Blankenberge en Gent belande de jonge kunstenaar vlak voor de eerste wereldoorlog in het neutrale Zwitserland waar hij lange tijd zou blijven. Hij was een overtuigd pacifist maar in België werd hij als dienstweigeraar gezien en pas in de jaren '30 kon hij door toedoen van machtige bewonderaars als Camille Huysmans en Henry Van De Velde terug naar België. Hij leefde het grootste deel van zijn leven echter in Frankrijk, in Parijs, Avignon en tenslotte Nice.

Als pacifist bevond hij zich in het gezelschap van nobelprijswinnaar Romain Rolland en Stefan Zweig en later Thomas Mann en George Grosz. Hij illustreerde veel van hun werken, maar ook boeken van bv. Hemingway zoals de schitterende illustraties van “The old man & the sea”. Over Masereel deed Stefan Zweig de uitspraak: "Wanneer alles ten gronde zou gaan; alle boeken, monumenten, foto's en verslagen en er bleven slechts de houtsneden die Masereel gedurende tien jaar geschapen heeft gespaard, dan zou men alleen daaruit onze hele hedendaagse wereld kunnen herbouwen."

Na WOII krijgt Masereel ook hier de erkenning die hij verdient en geniet hij van talrijke onderscheidingen en overzichtstentoonstellingen. Het filmpje dat de Frans Masereel Stiftung uit Saarbrucken heeft gemaakt van zijn vroege suite “25 Images de la Passion d'un Homme is voor mij de perfecte synthese. Zo mooi en krachtig.



Joris Van Parys - Masereel de biografie , Houtekiet, 1996 bekroond met de Gouden Uil
Joris Van Parys – Masereel 100 houtsneden, Houtekiet, 1996

woensdag 6 november 2013

Albert Camus - De mens in opstand (l'Homme Révolté)

Morgen is het precies honderd jaar geleden dat Albert Camus werd geboren.  De Franse schrijver, nobelprijswinnaar en filosoof is vooral bekend als auteur van existentialistische romans als De Vreemdeling en De Val. Zijn filosofisch oeuvre krijgt tegenwoordig wat minder aandacht. Tijd om zijn belangrijkste filosofische werk nog eens van onder het stof te halen. L'Homme Révolté is voor mij een van de belangwekkendste werken uit de 20e eeuwse filosofie.

Wanneer l'Homme Révolté in 1951 verschijnt slaat het boek bij de Parijse intellectuele elite in als een bom. Het gaat hier dan ook niet zomaar om een filosofisch werk, maar om een boek dat past in een groots project. Het schier onmogelijke project om de ethiek na Auschwitz heruit te vinden. Daarin stelt Camus zich een gelijkaardig doel als zijn tijdgenoot Emmanuel Levinas. Bedien doen dit echter langs zeer verscheiden wegen. Terwijl Levinas tracht het goede in de mens terug te vinden via het beroep op de empathie en het respect en de erkenning van het andere en het anders-zijn, tracht Camus het kwade te begrijpen om het te kunnen bevechten. Dat kwade zal hij vinden in de ideologieën. Het is een project waar Jean-Paul Sartre, die andere tijdgenoot - boezemvriend bovendien - zich nooit aan zal wagen. Sartre vlucht in de ideologie van het communisme en zal zich veraf houden van de creatie van een naoorlogse moraal. Camus' ideologiekritiek komt hem duur te staan. Bij de verschijning van l'Homme Révolté negeert Sartre - op dat moment hoofdredacteur van het toonaangevende filosofische tijdschrift "Les Temps Modernes" het werk volledig. Na een half jaar laat hij er één van zijn jongste redacteurs op los die een 30 pagina's tellende vernietigende recensie publiceert. Camus is zwaar aangeslagen door dit verraad van zijn linkse vrienden. het vormt de voltrekking van één van de beroemdste breuken uit de geschiedenis van de filosofie.

Wat is er dan zo schokkend aan De mens in opstand?
In zijn boek ontwikkelt Camus een geschiedenis en een theorie van de opstandige mens. De geschiedenis verloopt in verschillende fasen. De eerste fase is die van de metafysische opstand. Het is de opstand van de mens tegen de idee van zijn schepping of de opstand tegen god. Camus bespreekt de opstand van Sade, de romantici, Lautréamont, Dostojevski en vooral Nietzsche tegen God en godsdienst en ziet deze als een eerste noodzakelijke fase in de bevrijding (of opstanding) van de moderne mens. Deze eerste fase loopt historisch gezien tot aan de Franse revolutie. Dan begint de tweede fase van menselijke opstand, die Camus de historische opstand noemt. Die historische opstand is de opstand van de ene mens tegen de andere mens, tegen de ander die hem onderdrukt. Het is de opstand van de slaaf tegen de meester. Rousseau, Saint-Just, Hegel, Bakoenin, Marx e.a. zijn de grote denkers van de historische opstand. De historische opstand is ook die van de bevrijding. Camus introduceert hier twee begrippen: revolutie en terrorisme.

Revolutie valt niet noodzakelijk samen met de opstand. Wel integendeel: waar de revolutie begint loopt het fout met de opstand. Een belangrijk kenmerk van revoluties is hun utopische logica. De idee dat de mens maakbaar is en het geloof in een ideaal menstype zullen leiden tot het autoritaire staatsterrorisme van Hitler, Stalin, en Mao. Er is nog een tweede probleem met de revolutie. Waar de oorspronkelijke (metafysische) opstand tot doel had de mens te bevrijden van zijn schepping, wil de in revolutie ontaardde historische opstand een alternatief bieden. God wordt m.a.w. meteen weer vervangen door een nieuw idealistisch concept: Mens-met-hoofdletter. Dat is volgens Camus een grote fout. De ware historische opstand gaat verder de weg van de bevrijding op zonder idealistische en utopische concepten. De historische opstand moet dus leren leven met het nihilisme. Camus toont zich hier een volgeling van Nietzsche. Het leven speelt zich af in het hier en nu. We kunnen geen beroep doen op (ons niet verschuilen achter) een ideologie. Immanentie, kunnen omgaan met een principiële zinloosheid, existentiële eenzaamheid, het zelf leren zin geven aan het eigen leven, ... dat is de opstandige weg die elk individu moet volgen.

De revolutie als politieke beweging gaat aan die visie op opstand voorbij. De revolutionairen die bijv. in Rusland tegen de Tsaar en tegen de onderdrukking van de boeren strijden hebben de god vervangen door een vergoddelijkte mens. Hun strijd noemt Camus individueel terrorisme. De revoluties van bijv. Hitler en Lenin die in dezelfde naam van bevrijding hun utopische mens- maatschappijbeelden willen doordrukken bestempelt Camus als staatsterrorisme. Ze verschillen alleen in hun mate van universalisme. Hitler wou een eindrijk van en voor de Duitsers en was daardoor amper universalistisch. Hij streefde niet naar de bevrijding van alle mensen maar naar de bevrijding van enkelen door anderen te onderwerpen. Het Russische communisme daarentegen kon aanvankelijk wel aanspraken op een universalisme omdat het de arbeider tot centrum van zijn utopie maakt, waarbij die arbeider vanuit zijn menselijke structuur universeel is. Maar dit communistische ideaal streefde ernaar alle mensen te bevrijden door ze allemaal te onderwerpen. Het resultaat van deze ideologie eindigde in beide gevallen echter in het concentratiekamp.

Terug naar de opstand. Om het verschil tussen revolutie en opstand te accentueren gaat Camus diep in op het denken van Marx. Camus' kritiek op Marx is niet min. Op vele cruciale punten is Marx politieke en economische analyse fout gebleken: de planeconomie van het communisme heeft geleid tot moloch staten en paradoxaal ook tot multinationals; de ellendige leefomstandigheden van de arbeiders zijn ondanks de liberalisering niet verergerd maar juist verdwenen; het proletariaat is niet oneindig gegroeid maar eerder verburgerlijkt; het idee dat het proletariaat een missie zou hebben is op niets uitgedraaid; dat het proletariaat los zou staan van natie of vaderland is door de wereldoorlogen manifest onjuist gebleken (de proletariërs aller landen hebben elkaar met veel overgave afgeslacht); de dictatuur van het proletariaat heeft zichzelf niet opgeheven maar uitgebreid en versterkt; ... Camus vraagt zich af waarom een socialisme dat zichzelf wetenschappelijk noemde zo heeft kunnen falen. Zijn onbarmhartige conclusie is dat de sociale revolutie niet wetenschappelijk was en dat een utopische logica het de das heeft omgedaan. "De liefde voor de mens maakt dat men hem onderwerpt" vat Camus zijn conclusie samen.

Er is maar één alternatief voor een utopische transcendente en idealistische logica en dat is een immanente nihilistische logica: de opstand zonder meer. Voor de metafysische opstand is genade de belangrijkste waarde, voor de historische opstand is dat gerechtigheid. In een derde fase zullen opstand en revolutie de strijd met elkaar moeten aangaan. Voor de opstand is er zonder genade en gerechtigheid nog slechts één waarde over: de wil tot macht. Veel revolutionairen beginnen als opstandige, maar op een bepaald moment wordt de revolutie utopisch en doet ze afstand van het nihilisme. De revolutie creëert een eigen metafysica en dat betekent het failliet van de opstand. De ware opstandige behoudt zijn nihilisme. Camus: "Hij is niet alleen een slaaf die zich verheft tegen zijn meester, maar ook een mens die zich verheft tegen de wereld van de meester en de slaaf".

In een apart en merkwaardig hoofdstuk gaat Camus in op het verband tussen opstand en kunst. De opstand vervaardigt, creëert nieuwe werelden waarbij de link met het creatieve scheppingsproces makkelijk gelegd is. Het hoofdstuk is evenwel eigenaardig omdat het niet past in een historisch overzicht van de opstand. Kunst - die van alle tijden - weerspiegelt de opstand volgens Camus in een zuivere staat, dat wil zeggen buiten elke historiciteit.

L'Homme révolté is een verre van eenvoudig boek. Camus is weergaloos in zijn deconstructie - lang voor het begrip echt in zwang raakte - van de fenomenen opstand en revolutie. Als theorie en als praktijk ontleed hij de opstand met chirurgische precisie. Maar dat neemt niet weg dat een aantal aspecten op den duur dooreen gaan lopen. In eerste instantie gaat het over de historiciteit van de opstand. Camus geeft bewust nergens een definitie van het begrip opstand. Door de nadruk te leggen dat historische aspect conceptualiseert hij het als het ware. Maar het betreft hier geen geschiedenis met een eindpunt. Het boek eindigt met een scherp onderscheid tussen opstand en revolutie. Wat daarna komt is vanzelfsprekend koffiedik kijken. Maar het is ook duidelijk dat de opstand doorgaat, ook na de concentratiekampen, ook en vooral na het failliet van de revolutionaire ideologieën.

Nog een element dat de lectuur van dit boek complex maakt is het gegeven dat de individuele en de politieke opstand constant dooreen lopen. Ze zijn dan ook wezenlijk moeilijk scheidbaar. Camus: "Onze strafkampen, onze misdaden en onze verwoestingen dragen wij allen in ons. Maar het is niet onze taak ze over de hele wereld te ontketenen; wel om ze in onszelf en de anderen te bestrijden. De opstand, de eeuwenoude wil om niet lijdzaam ten onder te gaan, ligt nog altijd aan die strijd ten grondslag. Als oervorm en bron van werkelijk leven houdt hij ons nog altijd staande in de vormloze, razende beweging van de geschiedenis."

Camus schreef dit werk in een veel gecondenseerdere schrijfstijl dan zijn grote romans en met een grote eruditie: de stroom van denkers en gedachten die de revue passeren maken is werkelijk enorm. Het maakt ook dat dit vanuit vele invalshoeken kan gelezen worden: als een deconstructie van het concept revolutie of als een persoonlijke commentaar op het denken van grote filosofen, als een historisch werk over de idee opstand, als een politiek pamflet waarbij Camus zich positioneert tegenover het denken van zijn tijd. Die veelheid van invalshoeken is ronduit overdonderend.

Camus' fileren van het fenomeen opstand, zijn genadeloze deconstructie van het concept revolutie, wars van elk politiek correct denken dat in zijn tijd en bij zijn intellectuele vrienden heerste, verklaart zonder veel moeite het probleem dat Sartre en co. hadden met dit boek. In die ontleding van opstand en revolutie, maar ook van terreur heeft het boek nog niets aan actualiteitswaarde ingeboet. Het zet de lezer bovendien nog steeds aan tot reflectie over de opstand van elk van ons. En het moet gezegd dat dit een redelijk confronterende aangelegenheid is.


Albert Camus, De mens in opstand, De Prom, 2004

maandag 28 oktober 2013

Zwarte Bruiloft





                                                      Het Boek
Tom Nevelsteen is de verteller en de spil van deze familiekroniek. Tom groeit op bij zijn grootouders ten tijde van de tweede wereldoorlog. Hij wordt hartstochtelijk verliefd op zijn tante door wie hij op zijn veertiende wordt ontmaagd (waarbij de tante meteen zelf zwanger wordt). Dat gebeurt op een moment dat die tante ook haar jeugdliefde - een verloren gewaande Oostfrontstrijder - terug tegen het lijf loopt en samen vluchten ze weg van alle familieperikelen. Jaren later komt de dochter - al even femme fatale als haar moeder - terug naar Vlaanderen om er haar familie en haar roots te ontdekken. En dan lijkt de geschiedenis zich te herhalen.

De moraal
Guy Prieels probeert met dit boek de tijdsgeest te vatten vanaf de oorlog en de daaropvolgende repressie tot de jaren '60 en '70. Hij slaagt daarin met verve. Het boek doet zowaar denken aan  'Het Verdriet van België' met gelijkaardige thema's als de oorlog, bevrijding, repressie, het strenge  regime op internaat en het seksuele promiscue gedrag achter de hypocriete façade van de katholieke moraal. Het is vooral daarin dat Prieels wil overtreffen. Het boek bulkt dan ook van overspel, passionele relaties, en zelfs pedofilie en incest. 

Het oordeel
De familiegeschiedenis wordt in dit boek heruitgevonden en dit met meer dan alleen een knipoog naar Claus. Op de achterflap staat dat dit boek een zwoele weergave is van la Flandre profonde en dat klopt. Zo zwoel, dat het op den duur niet meer geloofwaardig is. Desondanks toch wel een tip voor wie iets zoekt dat snel en makkelijk wegleest.

Guy Prieels - Zwarte Bruiloft, Houtekiet, 2013

donderdag 26 september 2013

Spanje en zijn recente verleden




Bij ons verschijnen er n.a.v. de herdenking van de groote oorlog tientallen boeken over de loopgravenoorlog, zowel fictie als non fictie. In Spanje gebeurt hetzelfde over de bewogen periode van de burgeroorlog en de vreselijke jaren daarop tijdens de tweede wereldoorlog en de daaropvolgende dictatuur onder Franco. De toevloed aan literaire werken over deze periode of die zich tegen de achtergrond ervan afspelen is al een tijdje bezig en stilaan bereiken de vertalingen onze boekhandels en bibliotheken.  Het bekendst zijn de boeken van Carlos Ruiz Zafon met De schaduw van de wind, het Spel van de Engel en De Gevangene van de Hemel. Het laatste boek speelt zich nagenoeg volledig af in Franco’s  gevangenis in Barcelona.

Pas nu, nu Spanje al even weer een democratie is, wordt het tijdsgewricht van de terreur literair verbeeld. Voorheen leek dat moeilijk omwille van de censuur of omdat de wonden nog niet geheeld waren. Nu de ooggetuigen er niet meer zijn lijkt er wel ruimte om het verleden te verwerken via de weg van de literatuur. Wonden zijn er dan ook genoeg. Het verhaal van de periode is genoegzaam bekend: na verkiezingswinst in 1931 voor links wordt en wordt de republiek uitgroepen. De lont van de burgeroorlog wordt aangestoken wanneer een militaire staatsgreepgrotendeels mislukt. Vanaf dan zijn er twee allerminst homogene blokken. Ter rechterzijde vechten monarchisten, katholieken, nationalisten het oude militaire establishment, facistische falangisten en de oude landadel. Ter linkerzijde republikeinen, socialisten en communisten, gesteund door de USSR en de internationale brigades, voornamelijk ideologische avonturiers. De rechterzijde wordt gesteund door Hitler en Mussolini die massaal manschappen en materieel leveren.  De linkerzijde valt uiteindelijk uiteen in diverse ideologische kampen en zal het onderspit delven, waarna  generaal Franco en de falangisten een brutale en repressieve dictatuur instellen. De burgeroorlog en de repressie die erop volgt zal naar schatting aan 800.000 mensen het leven kosten.

Antnio Munoz Molina situeert zijn roman eind 1936. De Spaanse architect Abel Ignacio arriveert in Amerika als vluchteling/artist in residence, zijn vrouw en kinderen achterlatend. Hij is zijn land ontvlucht omdat de politieke toestand er steeds grimmiger werd en hij als republikeinse toparchitect geviseerd werd door de aan de macht komende falangisten. Tijdens de rit kijkt hij terug op zijn relatie met een Amerikaanse studente en aan de sociale spanningen en verwarring die voorafgingen aan de uitbraak van de Spaanse Burgeroorlog. Op het einde van het boek zal zijn geliefde als lid van de internationale brigades naar Spanje terugkeren. 

Het lot van die Brigadisten komt aan bod in de “historische spionageroman” Winter in Madrid van CJ Sansom. De burgeroorlog is inmiddels afgelopen. Franco is aan de macht maar de jarenlange burgeroorlog hebben de bevolking gedemoraliseerd en het land kapot en verpauperd achtergelaten. Dat is meteen de reden waarom Franco zijn vrienden Hitler en Mussolini  niet ter hulp kan komen, hoezeer hij dat ook zou willen. De Britse ambassadeur probeert dat hardnekkig zo te houden. Een Britse zeeblokkade houdt Spanje arm en elke gebeurtenis die Spanje economisch minder afhankelijk maakt van het buitenland wordt met argusogen bekeken. In die sfeer wordt Harry Brett als oorlogsveteraan door de Britse geheime dienst gevraagd om het vertrouwen te winnen van zijn oude schoolvriend Sandy Forsyth, die ervan wordt verdacht louche contacten te onderhouden met de Spaanse falangisten. Met enige tegenzin begeeft Harry zich naar het corrupte Madrid en ontmoet daar Sandy en diens vriendin Barbara Clare. Barbara heeft haar eigen geheim. Zij is op zoek naar haar vroeger minnaar, de charismatische Bernie Piper, die met de Internationale Brigades vocht tegen de facisten. Hij wordt vermist maar blijkt in een geheim concentratiekamp te zitten voor republikeinse krijgsgevangenen.  De politieke context en een deel van de personage zijn gebaseerd op ware feiten. Het spionageverhaal niet, maar zijn beschrijving van de geheime concentratiekampen van Franco werpt hij zelfs nieuw historisch licht op de Spaanse burgeroorlog. 

Eén van de beste boeken die ik over dit thema las, is echter De stemmen van de Pamano van Jaume Cabré. Deze complexe roman over een leraar in een bergdorpje in de Pyreneeën speelt zich af in de periode van de jaren ‘44 tot 2002. De leraar in kwestie is een slachtoffer van zijn tijd. Het dorp waar hij lesgeeft loopt langs een belangrijke smokkelroute voor verzetslieden. Hij wordt ingelijfd door de Falange waardoor zowat alle dorpsbewoners hem mijden als de pest. Zelfs zijn vrouw verlaat hem – zwanger zijnde – omwille van zijn vermeende facistische sympathieën. Maar tegelijkertijd wordt hij gerecruteerd door het nog sluimerende linkse verzet waar hij hand- en spandiensten aan moet verlenen.  Wanneer in 2002 iemand zijn verborgen memoires terugvindt krijgt de geschiedenis misschien haar rechten terug. Zijn twee rollen heeft hij amper zelf of vrijelijk gekozen. Hij rolt er gewoon in. Cabré weeft er net als Molina ingenieus een liefdeshistorie doorheen, maar eigenlijk gaat dit boek over moraal, over hoe aartsmoeilijk morele keuzes in oorlogstijd zijn en hoe de geschiedenis je overkomt. Cabré schreef hiermee een prachtboek. 

Boeken:
Carlos Ruiz Zafon - De Schaduw van de Wind, Het Spel van de Engel en De Gevangene van de Hemel, uitgegeven bij AW Bruna
 CJ Sansom - Winter in Madrid, De Fontein, 2010
Antonio Munoz Molina - De Nacht der tijden,  De Geus, 2011
 Jaume Cabré – De stemmen van de Pamano, Signature, 2007